Terugblik Seminar Praktijkvoorbeelden Wind op Land

Op donderdag 18 april 2017 vond de bijeenkomst ‘Benen op tafel, voeten in de klei, windprojecten in de praktijk’ plaats in de Mengfabriek, te ’s Hertogenbosch. Met ruim 40 deelnemers gingen we in gesprek over wat er nu écht komt kijken bij de succesvolle realisatie van een windproject. De weerbarstige praktijk stond hierbij centraal: ingewijden van drie verschillende windinitiatieven uit Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg deelden met ons hun ervaringen en inzichten.

Draagvlak en participatie

Annie van de Pas, netwerkdirecteur van de Natuur- en Milieufederaties en vandaag de dagvoorzitter, licht de aanleiding voor deze bijeenkomst toe. Deze is onderdeel van de Leeromgeving ‘Draagvlak en Participatie Wind op Land’. De milieustudie beoogt op verschillende manieren draagvlak voor, en participatie aan, wind op land projecten te bevorderen. Onder andere door het faciliteren van bijeenkomsten, zoals deze.

Windprojecten in de praktijk

De drie sprekers van de dag introduceren hun casus met een korte presentatie. De drie casussen die besproken worden, zijn: ‘Green Deal Windenergie A16-zone’, toegelicht door Martijn Messing, de Coöperwiek van Zuidenwind, toegelicht door Albert Jansen en Grootschalige Windenergie op Goeree-Overflakkee, toegelicht door Marc Rijnveld. Alle presentaties kunt u hier hier en hier teruglezen.

Deelsessies

Na de presentaties gaat de groep uiteen in drie deelgroepen voor een tweetal verdiepende sessies waarbij aanwezigen het gesprek met elkaar, én natuurlijk de drie ervaringsdeskundigen, aangaan.

Green Deal Windenergie A16

Wat in deze deelsessie centraal staat is de balans tussen overheden, bedrijven en burgers. Martijn legt uit dat, in de regel, alle drie betrokken en belanghebbend zijn bij windinitiatieven, en dat ieder vanuit zijn  eigen rol en  belang waarde kan  toevoegen. Ontstaat er een disbalans in de driehoek, dan geeft dat weerstand en ontbreken de ingrediënten die nodig zijn om een windproject tot een succes te maken. Dat neemt overigens niet weg dat iedere specifieke context maatwerk vereist.

In het concrete voorbeeld van deze casus merkt Martijn op dat de Green Deal Windenergie A16’ een manier was om de disbalans in de driehoek recht te trekken: omdat overwegend commerciële ontwikkelaars beschikking hebben over relevante grondposities, dreigden de lusten van dit project weg te sijpelen uit de regio. En dat terwijl de windturbines juist als financiële motor kunnen dienen om lokale maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. Met de Green Deal werd veilig gesteld dat een aanzienlijk deel van de opbrengsten van het windproject de lokale gemeenschap ten goede kwam.

De Cooperwiek van Zuidenwind

In deze deelsessie komt, onder andere, ter sprake: de rol van de energiecoöperatie in de gehele energietransitie, de samenwerking tussen een coöperatie en commerciële partijen, goede communicatie met de omgeving en de vertaling van kleinschalige naar grootschalige projecten.

Vanuit zijn ervaring deelt Albert met ons dat hij de energiecoöperatie ziet als: “Een vliegwiel voor andere ontwikkelingen”. De middelen die de windmolen oplevert worden aangewend voor andere doelen van de energietransitie, zoals bijvoorbeeld energiebesparing. Albert wijst in het bijzonder op de noodzaak tot het verdiepen in de kwesties die in een gebied spelen, en het in kaart brengen van wat de belangen van de verschillende stakeholders zijn. Uitgangspunt is dat, uiteindelijk, alle partijen voordeel hebben bij de komst van de windmolen(s). Mooi om te zien hoe de casussen hier op elkaar aanhaken, aldus Albert: “Ga uit van een gemeenschappelijk belang, zoals ook in het project A16 is gedaan.”

Grootschalige Windenergie op Goeree-Overflakkee

In deze casus komen een aantal ruimtelijke ontwikkelingen samen: het Kierbesluit, het vrijkomen van 500 hectares aan BBL-gronden, een natuuropgave, agrarische herstructurering en windontwikkeling. Een aantal belangrijke factoren die hebben bijgedragen aan een (tot nu toe) succesvol traject zijn: strakke overheidsregie (gemeente en provincie vormden één front), de interafhankelijkheid van de verschillende belangen (stakeholders moesten er samen uitkomen), de eis van de overheden om één initiatiefnemer voor het project aan te stellen (waardoor verschillende boeren en ontwikkelaars moesten samenwerken) en een sterke lange-termijn binding met de regio van alle partijen.

Één van de werkhypotheses die hiermee uit deze deelsessie voortvloeit is: “Door verschillende opgaven aan elkaar te verbinden wordt het complexer, maar is de kans van slagen uiteindelijk groter omdat er interafhankelijkheid is.” Deze hypothese haakt daarmee mooi aan op wat ook uit de andere deelsessies naar voren komt: het belang van samenwerking, afstemming en het zoeken naar win-win situaties.

Vervolg

De volgende bijeenkomst vindt plaats op 29 juni in Zwolle, en heeft als thema: ‘Locatiekeuze voor windprojecten’. Meer informatie volgt.