Terugblik bijeenkomst ‘SAMEN DE ENERGIETRANSITIE VERSNELLEN’

De Natuur en Milieufederaties en Natuur & Milieu verwelkomden 22 maart jl ruim 130 deelnemers tijdens hun seminar ‘Samen de Energietransitie versnellen’. Onder leiding van dagvoorzitter Matthijs Nijboer (DB Natuur en Milieufederaties) werden de resultaten van het project ‘Milieustudie Draagvlak en Participatie Wind op Land’ gepresenteerd en de Green Deal ‘Participatie van de Omgeving bij Duurzame Energieprojecten’ ondertekend.

Annie van de Pas, netwerkdirecteur van de Natuur en Milieufederaties en Geertje van Hooijdonk van Natuur & Milieu: ‘We staan aan de vooravond van het sluiten van een nieuw ambitieus klimaatakkoord. Tegelijkertijd is het huidige energieakkoord volop in uitvoering en zijn al extra inspanningen nodig om deze doelstellingen op tijd te behalen. Laten we vooruit kijken, over welke rol windenergie, maar ook andere vormen van duurzame energie spelen, hoe het energielandschap van de toekomst eruit ziet, hoe we de omgeving goed kunnen betrekken en wie hierin welke verantwoordelijkheid heeft.’

Ieke Benschop, projectleider windenergie, presenteerde de lessen uit de analyse van vier windenergieprojecten en de aanbevelingen die daaruit voortkwamen; gericht aan overheid, ontwikkelaars en omgeving. De aanbevelingen lagen op het vlak van bijvoorbeeld bewustwording, verankering in beleid, lusten/lastenverdeling, gebruik publieke gronden en landelijke regelgeving.  Zie voor meer detail de rapportages van de studies naar windinitiatief Oostpolder in Groningen, Windpark Blauw in Flevoland, Emmen in Drenthe en De Spinder in Noord Brabant.

Ook publiceerden de Natuur en Milieufederaties en Natuur  en Milieu hun checklist ‘Natuurbelangen bij windenergie op land’.  Dit vormt een handvat voor het voeren van het juiste gesprek over windmolens en natuur. Zowel bij locatiekeuze, als bij inrichting van een gebied. Op een rijtje staat wat er wettelijk al moet, en wat er bovenwettelijk kan.

Op deze aanbevelingen reageerde vertegenwoordigers van het Rijk (Meindert Smallenbroek, Ministerie van EZK), decentrale overheden (Lian Merkx, VNG), ontwikkelaars (Hans Timmers, NWEA) en de omgeving (Rob Rietveld, NLVOW) en Jan Pieter Peijs (SBB).

Meindert Smallenbroek gaf aan de aanbevelingen interessant te vinden. ‘Het is duidelijk dat er veel te doen is voor overheden. De aanleiding voor het tot stand komen van dit project was de Natuur en Milieufederaties uit te dagen een constructieve rol te spelen in de regio’s bij de plannen voor windenergie;  en hen niet tegen te komen bij bezwaarprocedures.  Dus goed dat de analyses zijn gedaan hoe de omgeving beter betrokken kan worden bij plannen voor windenergie. En er aanbevelingen uit gedestilleerd zijn’.  Op de vraag welke taak de Natuur en Milieufederaties voor zichzelf zien, antwoordt Ieke Benschop dat de NMF’s lobbyen bij (nieuwe) gemeenteraadsleden, hen meenemen in hoe groot de opgave is, we met onze collega groene organisaties (oa terreinbeherende organisaties) én onze achterban, aangesloten groepen, in gesprek gaan over wat de energietransitie betekent voor het landschap en de leefomgeving.

Rob Rietveld  reageert met te zeggen dat in het rapport wel open deuren staan, maar dat open deuren ervoor zijn om ingetrapt te worden.  De aanbevelingen die hij heeft gelezen hebben veel raakvlakken met wat NLVOW bepleit.

Lian Merkx onderkent dat niet alle gemeenten voldoende capaciteit, kennis en kunde hebben om de energietransitie goed aan te jagen. Het is tenslotte ook een uitdagende klus om de belangenafweging goed te doen. De vraag blijft wat het handelingsperspectief is, hoe doe je het goed? De VNG blijft graag in gesprek met andere overheden opdat iedere overheid zijn eigen specifieke rol speelt.

Hans Timmers geeft aan dat de NWEA-leden over het algemeen altijd denken dat ze iets goeds doen, omdat ze tenslotte werken aan het oplossen van het klimaatprobleem. Maar niet ieder project gaat persé goed. De aanbevelingen helpen hen bij het verkrijgen van inzicht de omgeving goed te betrekken.

Jan Pieter Peijs ziet als terreinbeherende organisatie ook het belang van het tegengaan van  klimaatverandering. Met windmolens wek je niet alleen duurzame energie op, maar verdien je ook geld wat weer ten goed kan komen aan aanleg en/of onderhoud van natuur en landschap. Jan Pieter Peijs onderkent het belang van zorgvuldige participatie.

Nienke Homan, gedeputeerde provincie Groningen, nam de aanwezigen mee in haar aanpak om de doelen van de energietransitie te halen. Wat zij heeft gedaan, is met bewoners van haar provincie in gesprek gaan over de voorwaarden waaronder de doelen gehaald kunnen worden. Homan: dat we koersen op het halen van onze doelen, staat buiten kijf. Met andere woorden, het ‘wat’ staat vast. Het ‘hoe’, dus voor welke  vormen van duurzame energie er wordt gekozen, en onder welke voorwaarden, is onderwerp van gesprek. Bewoners hebben aangegeven waarde te hechten aan eerlijk, efficiënt en eigen.  Remco de Boer interviewde haar tijdens het seminar. Dit interview is hier terug te luisteren.

Voor de pauze geven leerlingen van de Pieter Zandt Scholengemeenschap in Kampen aan hoe zij  aankijken tegen de uitdaging ‘energieneutrale gemeente’, en geven zij tips hoe je de bevolking kunt betrekken.

Na de pauze neemt Paul Gerretsen van Vereniging Deltametropool de zaal mee met de ruimtelijke impact van de energietransitie. Hij presenteert de conclusies van het onderzoek ‘Energie en Ruimte, een nationaal perspectief’ welke hij met het team van Dirk Sijmons uitvoerde.  De boodschap is dat de afspraken zoals gemaakt in Parijs, haalbaar zijn. Dit betekent wel fors inzetten op besparing, op de Noordzee veel, en grote windparken realiseren. Wel bepleit zijn team nationale regie. Zie het rapport online.

Bas Rüter, voorzitter werkgroep duurzaamheid van de Nederlandse Vereniging Banken, roept aanwezigen op samen te werken aan de oplossing van één van de grootste uitdagingen van deze tijd. Met elkaar in gesprek gaan is hard nodig. Ook de banken hebben de noodzaak van de energietransitie omarmd. Portefeuilles worden omgebouwd van fossiel naar renewables en energiebesparing. De banken hebben behoefte aan een level playing field voor voorwaarden voor financiering. Dit kan geborgd worden doordat projectontwikkelaars zich collectief verbinden aan de uitkomst van de Green Deal. Daarmee krijgen de banken geen aanvragen van ‘slechte projecten’ meer binnen.  Free riders blijven hiermee nog wel een probleem. Rüter zal proberen om alle banken op dezelfde wijze te binden aan de uitkomst van de Green Deal. Hoe meer banken dat doen, hoe meer zekerheid dat er niets meer fout gaat. Daarnaast ziet Bas Rüter een rol voor de Wet Mededinging en duurzaamheidsinitiatieven. Als wij collectief voorstellen om de uitkomst van de Green Deal algemeen verbindend te verklaren, kan onder deze wet wellicht voorkomen worden dat free riders ruimte krijgen. Maar deze wet is nog niet af en dus nog geen garantie.

De middag wordt afgesloten met de ondertekening van de Green Deal ‘Participatie van Omgeving bij Duurzame Energieprojecten’.  Een aantal mensen licht het belang van deze Green Deal toe, zoals Jan Sandor Gaastra (MinEZK), Siward Zomer (ODEcentraal) en Henk Klein Kranenburg (NLVOW).

Sandor Gaastra, Directeur Generaal  Energie, geeft te kennen dat minister Wiebes het onderwerp van de Green Deal zeer belangrijk vindt.  Naast een goede ruimtelijke inpassing, en een goede financiering, is een zorgvuldig ingericht participatieproces voorwaarde voor het slagen van de energietransitie. Gaastra geeft aan dat de minister met de partners van de Green Deal in gesprek te willen wanneer duidelijk is wat ieders rol gaat zijn, en welke wensen er zijn richting de rijksoverheid.

Siward Zomer geeft aan heel blij te zijn met de Green Deal, en ten behoeve van een stevige coöperatieve beweging, vanuit ODEcentraal de komende tijd vooral in te gaan zetten op professionalisering van de energiecoöperaties. Henk Klein Kranenburg tot slot, brak een lans voor het goed in beeld brengen van de effecten op mensen.

De Green Deal is ondertekend door 27 partijen en moet er voor zorgen dat de betrokkenheid van belanghebbenden bij de bouw van windmolens, zonneweides, geothermie en bio-energie verbetert. “We hebben die energieprojecten heel hard nodig. Deze green deal maakt de kans van slagen voor die projecten een stuk groter.”, aldus Annie van de Pas, netwerkdirecteur van de Natuur en Milieufederaties.

Na de borrel bleef een deel van het gezelschap op locatie, voor de avond van het Platform Lerend Netwerk en Omgeving (LEO). Alhier spraken de Green Deal partijen over de concrete uitwerking van de afspraken. In de uitwerking zal nauw worden samengewerkt met LEO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Versnellingstafel Energie en Ruimte, en andere relevante partijen.